Eric Harmsen

Berichten

Iets meer asielzoekers naar Nederland, vooral uit Syrië

Het aantal asielzoekers en nareizigers uit Syrië is in het derde kwartaal van dit jaar gestegen ten opzichte van een kwartaal eerder, blijkt uit cijfers van het CBS. In het derde kwartaal kwamen ruim 1400 Syrische asielzoekers en nareizigers naar Nederland. Dat zijn er zo’n 400 meer dan in het tweede kwartaal.

In juli, augustus en september kwamen bij elkaar ruim 5900 asielzoekers naar Nederland, meldt het statistiekbureau op basis van cijfers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Dat zijn er ruim 700 meer dan in het kwartaal ervoor. Wel daalde het aantal asielzoekers met bijna 300 ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar.

Meer nareizigers

Het aantal nareizigers nam toe tot 1200 mensen. Dat zijn gezinsleden van mensen die al een voorlopige verblijfsstatus hebben. Hun aantal steeg met ruim 300 ten opzichte van het vorige kwartaal. In vergelijking met dezelfde periode vorig jaar daalde het aantal nareizigers met 80 mensen.

Ook vanuit Eritrea, Turkije en Algerije kwamen meer asielzoekers en nareizigers. Vanuit Nigeria en Iran kwamen juist minder mensen. Volgens het CBS vormden deze zes nationaliteiten in zowel het tweede als derde kwartaal van dit jaar de grootste groepen asielzoekers en nareizigers

Vrachtwagenramp

Abdeluheb Choho, voorzitter van Vluchtelingenwerk Nederland, houdt Europese landen medeverantwoordelijk voor het drama in de Engelse plaats Grays. De politie vond daar afgelopen nacht 39 lichamen in een vrachtwagen die volgens de politie afkomstig is uit Bulgarije. De vrachtwagen is met de ferry van Zeebrugge naar de haven van Purfleet gegaan, vlakbij Grays. Choho: “Ik wil me geen voorstelling maken van wat er in die vrachtwagen is gebeurd en hoe wanhopig mensen zijn geweest om uiteindelijk in die vrachtwagen te stappen. “De slachtoffers moeten nog worden geïdentificeerd. Of het om gesmokkelde migranten gaat, kan de politie nog niet zeggen, al lijkt dat wel waarschijnlijk. “We weten te weinig weten om te beoordelen wie de schuldige is”, zegt Choho. “Maar het is wel zeker dat dit onder andere kon gebeuren omdat er mensensmokkelaars zijn die gebruik maken van de lacune die er in Europa is en dat er geen goed asielbeleid in Europa is. “Los van deze tragedie trof de politie later vandaag in een vrachtwagen in het zuidoosten van Engeland, zo’n 25 kilometer van de Kanaaltunnel, negen migranten levend aan.

Smokkelaarsnetwerken

Het gebeurt vaker dat migranten de tocht in een vrachtwagen niet overleven. In 2015 werden in Oostenrijk 71 vluchtelingen uit een laadruimte gehaald. Ze waren allemaal gestikt. In 2000 zaten zestig Chinezen meer dan 18 uur vast in een wagen in Dover terwijl de temperatuur buiten opliep naar 32 graden. Slechts twee mensen overleefden het. De truck was afkomstig uit Zeebrugge en de bestuurder, een 33-jarige Nederlander, werd gearresteerd. Door de hindernissen die landen in Oost-Europa bij hun grenzen hebben opgeworpen, durven veel migranten de tocht naar West-Europa of het Verenigd Koninkrijk niet zelf te ondernemen. Ze betalen vaak duizenden euro’s aan smokkelaarsnetwerken om in een vrachtwagen te mogen stappen.

Choho: “We pleiten ervoor dat vluchtelingen de rechten hebben of de mogelijkheid hebben om op een veilige en legale manier een route naar Europa te vinden om in ieder geval hun asielprocedure op te kunnen starten. Die veilige, legale manier is er nu nauwelijks omdat Europa muren aan het bouwen is.”

‘Europa handelt alleen bij crises’

Volgens Europese afspraken in de Dublinverordening is het eerste land binnen het Schengengebied waar een vluchteling zich meldt, verantwoordelijk voor zijn of haar asielverzoek. Choho wil liever het solidariteitssysteem waar al langer over gesproken wordt, waarbij vluchtelingen verdeeld worden over de Schengenlanden. “Nu is het alleen een probleem van Zuid-Europa. We kennen vreselijke beelden van overvolle kampen op Griekse eilanden. En Noordwest- en Oost-Europa trekken hun handen daar een beetje van af.”

Maar hoe realistisch is het om te denken dat Europese landen hier op korte termijn serieus werk van maken? Onlangs nog kreeg een vergelijkbaar plan nauwelijks steun in de EU. “Als je er een beetje cynisch over bent zeg je dat Europa alleen handelt als er een crisis is. Nu staat men nog toe dat er dagelijks mensen op zee of in een volgende vrachtwagen overlijden.”

Asielzoekers met rechtsbijstand mogen teruggestuurd naar Griekenland

Nederland mag asielzoekers die al in Griekenland asiel hadden aangevraagd terugsturen op voorwaarde dat zij daar toegang tot rechtsbijstand hebben. Dat blijkt uit uitspraken van de Raad van State over twee aanvragen van verblijfsvergunningen door Syriërs.

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, toen Harbers en nu Broekers, nam die aanvragen niet in behandeling, omdat beide personen zich al in Griekenland hadden gemeld. Volgens Europese afspraken in de Dublinverordening is het eerste land van melding, Griekenland, verantwoordelijk.

De twee Syriërs beriepen zich op de slechte omstandigheden in de asielzoekerscentra van Griekenland en zeiden dat zij daarom niet teruggestuurd konden worden. Volgens de Raad van State kan het wel, maar alleen als zij ter plaatse gegarandeerd toegang tot rechtshulp hebben.

Uitzetbeleid

VluchtelingenWerk Nederland is blij met de uitspraak van de Raad van State. Volgens de organisatie betekent dit een stop op het kabinetsbeleid omdat “een eerlijke en zorgvuldige asielprocedure er niet gewaarborgd is”. “Nederland probeert al jaren asielzoekers naar Griekenland te sturen, gelukkig heeft de Raad van State hier nu voorlopig een einde aan gemaakt.”

Of het ministerie van Justitie en Veiligheid daar ook zo over denkt, is nog even afwachten. Het ministerie wil de uitspraak eerst bestuderen. De Raad van State gaf de staatssecretaris voor een groot deel gelijk. Maar wat dat betekent voor het uitzetbeleid is nog niet duidelijk.

Omstandigheden

De uitzettingen van ‘Dublin-asielzoekers’ naar Griekenland ligt stil sinds 2011. Toen sprak het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) uit dat de omstandigheden daar te slecht waren om de Dublinverordening uit te voeren.

In 2016 zei de Europese Commissie dat de omstandigheden voldoende waren verbeterd om langzaamaan weer te beginnen met het terugsturen van “niet-kwetsbare” vreemdelingen aan Griekenland. De zaken van de twee Syriërs behoren tot de eerste pogingen die Nederland deed.

Duizenden nieuwe opvangplekken nodig voor asielzoekers

Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) is op zoek naar nieuwe asielzoekerscentra. Gemeenten die eerder al een centrum hadden, krijgen het verzoek de gesloten centra weer te openen. En waar azc’s binnenkort volgens afspraak sluiten, wordt gevraagd de contracten te verlengen. Maar lang niet alle gemeenten werken van harte mee.

Dat is vooral vanwege de overlast die bij verschillende centra wordt ervaren door overlast gevende en criminele vreemdelingen die geen kans maken op een asielvergunning, omdat ze uit een veilig land komen.

Volgens de prognoses van een half jaar geleden moet het COA eind dit jaar 25.000 asielzoekers opvangen. Dat aantal is nu al bereikt, laat de opvangorganisatie weten. Ingewijden zeggen dat het COA op zoek is naar duizenden nieuwe bedden. Zelf wil het COA geen aantal noemen. Over een week, op 31 oktober, wordt de nieuwe prognose bekendgemaakt voor 2020.

Lange wachttijden

Er zijn drie oorzaken waardoor de opvangcentra vol zitten. Bij de Immigratie- en Naturalisatie Dienst (IND) zijn de wachttijden lang voor het in behandeling nemen van asielaanvragen. Bewoners van azc’s die inmiddels een verblijfsvergunning hebben gekregen, kunnen niet snel doorstromen vanwege het tekort aan huurwoningen in gemeenten waaraan ze zijn toegewezen. En er is een toename van het aantal asielzoekers.

Vanavond vergadert de gemeenteraad van Oisterwijk over het verzoek van het COA om het asielzoekerscentrum in die gemeente langer open te houden. Het gemeentebestuur wil daaraan meewerken, maar verschillende partijen in de gemeenteraad voelen daar weinig voor. Zij willen dat er afspraken worden gemaakt over de aanpak van overlast gevende asielzoekers.

De gemeente Westerwolde in Groningen heeft al laten weten het asielzoekerscentrum in Bellingwolde niet te willen heropenen. In die gemeente ligt ook Ter Apel, waar het landelijke aanmeldcentrum voor asielzoekers is gevestigd, het grootste asielzoekerscentrum van Nederland. De gemeente vindt dat voorlopig genoeg.

Vorig jaar kondigde het COA nog aan dat verschillende azc’s zouden worden gesloten, vanwege de daling van het aantal asielzoekers. Dat ging om Balk, Musselkanaal, Veenhuizen, Alkmaar, Zeewolde, Nijmegen, Utrecht Overvecht, Zeist, Goes, Maastricht Malberg en Sweikhuizen.

SCP: armoede blijft dalen, minder dan een miljoen Nederlanders arm

De armoede in Nederland blijft dalen, meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau. Het aantal armen is afgenomen van ruim 1,2 miljoen in 2013 naar 939.000 in 2017. Dat betekent dat 5,3 procent van de Nederlandse bevolking arm is. De armoede neemt af doordat de economie groeit en meer mensen werk hebben.

Naar verhouding komt armoede het meest voor onder kinderen, 90-plussers en mensen met een migratie-achtergrond. Van de arme volwassenen heeft bijna de helft een migratie-achtergrond.

Om armoede te meten gaat het planbureau uit van een zogenoemd ‘niet-veel-maar-toereikend-budget‘. In dat bedrag zit onder meer geld voor kleding, openbaar vervoer, was- en schoonmaakmiddelen, een internetaansluiting en mobiele telefoon.

90-plussers en kinderen vaker arm

Onder 65-plussers komt armoede weinig voor: slechts 3 procent van hen is arm. Maar onder 90-plussers is de armoede veel hoger. Van alle ouderen vanaf 90 jaar is 11 procent arm; in totaal 12.000 mensen. “Dat komt onder meer doordat zij hogere zorgkosten hebben en hulpmiddelen moeten gebruiken die niet vergoed worden”, zegt Hagar Roijackers van ouderenorganisatie KBO-PCOB. “We zien dat die groep niet meer naar de tandarts of fysiotherapeut gaat.”

Veel 90-plussers hebben tijdens hun werkzame leven minder pensioen kunnen opbouwen dan jongere gepensioneerden. Onder 90-plussers met een koopwoning is de armoede veel minder groot.

Van de kinderen tot en met 12 jaar leeft volgens het SCP 8,1 procent in armoede. In totaal gaat het om 272.000 kinderen.

Volgens de criteria van het SCP is er een beperkte groep werkende armen. In 2017 waren dit er 220.000. Van alle arme volwassenen heeft een derde werk.

 Amsterdam, Rotterdam en Den Haag hebben de hoogste percentages armen. In de drie grote steden is ruim 10 procent arm. Dat is wel aanzienlijk minder dan in 2013, toen zo’n 15 procent er arm was.

Onder alle groepen is de armoede sinds 2013 afgenomen, behalve onder de Syriërs. Dat komt doordat sinds 2015 veel Syriërs naar Nederland zijn gekomen. Van de Syriërs is ruim de helft arm.

Definities

Het is ook mogelijk andere definities van armoede te hanteren. Een strikter criterium is of mensen kunnen voorzien in basisbehoeften. Als dit criterium wordt gehanteerd, zijn er ruim 600.000 armen in Nederland. Dit is het getal waar het CBS van uitgaat in zijn rapport over welvaart in Nederland.

Het CBS schetst mede daardoor al jaren net een iets ander beeld dan het SCP. Vorige week nog meldde het CBS dat armen en vooral mensen met hardnekkige schulden steeds minder te besteden hebben. Ook werd bekend dat meer mensen naar de voedselbank gaan. Het aantal armen zoals gemeten door het SCP daalt dus wel, maar dat sluit niet uit dat binnen de groep armen die overblijven de problemen toenemen.

Geef vrouwelijke nieuwkomers het vertrouwen om te falen

Artikel

24 september 2019

Ze noemt zichzelf strategisch adviseur inclusie en diversiteit vanuit een mensenrechtenperspectief. Maar enkel die titel doet geen recht aan alle zaken waar Domenica Ghidei Biidu (57) zich met hart en ziel voor inzet. Als tiener ervoer ze wat het is om te vluchten en in een onbekend land opnieuw te beginnen. Ghidei Biidu is het bewijs dat een dergelijke ervaring niets zegt over de persoonlijke en professionele capaciteiten van iemand: ‘Vluchten is een ervaring, het is geen identiteit.’

Ghidei Biidu – van huis uit juriste en jarenlang collegelid van het College voor de Rechten van de Mens – is er duidelijk over: ‘Toen ik als 17-jarige Nederland binnenkwam, had ik geen diploma. Twee jaar later had ik een kind en was ik gescheiden. Ik was een vluchteling uit Eritrea, alleenstaand en een vrouw met een kind. Je zou me een kansarm geval kunnen noemen, afgaande op alleen die feiten. Als je naar de buitenkant keek, zag je een stereotype. Maar mensen wisten niet dat ik op privéscholen had gezeten, leergierig was en een van de besten van de klas was.’ Met een flinke dosis wilskracht en doorzettingsvermogen omarmde Ghidei Biidu Nederland. Na wat omzwervingen en met hulp uit haar opgebouwde netwerk begon ze op 23-jarige leeftijd aan de studie rechten in Amsterdam.

Het is nu moeilijker om te integreren dan 40 jaar geleden

Wat kunnen gemeenten en andere organisaties die nieuwkomers en specifiek vrouwelijke nieuwkomers begeleiden van u leren?

‘Dat je vanuit verschillende aspecten naar een persoon moet kijken. Intersectionaliteit noemen we dat. Iemand is niet alleen gevlucht, maar ook vrouw, misschien moeder, heeft een bepaald opleidingsniveau, ervaringen en ga zo maar door. Over een nieuwkomer heb je vaak weinig informatie. Ga heel dicht naast een persoon staan en vraag: wat kun jij? Wat is jouw bagage, je geschiedenis, wat zijn je dromen en ambities? Als iemand iets wil uitproberen, moet daar ook de kans voor zijn. Ook om fouten te maken. En als het niet lukt kun je vragen: wat had je nodig om wel te slagen?’

Dit interview is gepubliceerd in magazine Doen!, een initiatief van K!X Works. K!X Works is een programma dat jonge nieuwkomers toerust om een passende opleiding of werk in Nederland te vinden. Het hele magazine bekijken? Klik hier!

Vrouwelijke statushouders hebben een extra achterstand op de arbeidsmarkt ten opzichte van mannelijke statushouders, weten we uit onderzoek. Wat vindt u belangrijk in de ondersteuning van vrouwelijke vluchtelingen?

‘Om soms bestaande structuren los te laten en creatief te denken. Sommige vrouwen zijn ambitieus maar vinden weinig aanknopingspunten hier met wat met wat ze in hun land van herkomst hebben gedaan. Zij hebben er baat bij dat ze kunnen experimenteren en kansen krijgen om verschillende dingen uit te proberen in de nieuwe context van Nederland. Andere vrouwen willen zich eerst op hun kinderen richten en later alsnog een opleiding of baan vinden. Die mogelijkheid moet er ook zijn. Op die manier maak je vrouwen medeverantwoordelijk voor hun keuzes en de consequenties daarvan. Het allerbelangrijkste is dat de vrouwen het vertrouwen krijgen om te groeien in hun nieuwe rol of vak in de Nederlandse context. Bij groeien hoort ook falen, fouten maken en opnieuw de kans krijgen te starten.’

Het leren van de Nederlandse taal wordt sinds de jaren negentig beschouwd als een van de belangrijkste voorwaarden voor integratie. Hoe belangrijk vindt u het dat nieuwkomers de taal snel en goed beheersen?

‘Dat ligt eraan in welk vakgebied iemand actief wil worden. Ikzelf oefen een heel talig beroep uit. Als ik een taalfout maak, gaan mensen soms twijfelen aan mijn deskundigheid. Aan jezelf werken is natuurlijk een must, bijvoorbeeld door taallessen te volgen. Maar het is ook belangrijk om zelf – en met de organisatie waar je gaat werken – je deskundigheid op relevante aspecten te beoordelen: Klopt het dat ik dit taalniveau nodig heb om een bepaalde deskundigheid te verkrijgen of ergens werkzaam te zijn? Of wordt er onnodig op gefocust? Als je taal op nummer één zet en geen of weinig oog hebt voor de rest, dan zie je pluspunten van iemand soms over het hoofd. Zoals analytisch vermogen, creativiteit, flexibiliteit, het vermogen te verbinden, veerkracht, et cetera. Dat zijn heel belangrijke kwaliteiten om in deze global society te werken en te leven.’

Wie is Domenica Ghidei Biidu?

Domenica Ghidei Biidu (57 jaar) vluchtte op 15-jarige leeftijd vanuit Eritrea. Als 17-jarig meisje kwam ze aan in Nederland. Ze studeerde rechten aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ghidei Biidu is juriste, was jarenlang lid van het College voor de Rechten van de Mens, is nu nog lid van de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie en bekleedt verschillende bestuursfuncties waaronder binnen de Raad van Advies van Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS). Ze heeft drie kinderen en woont in Amsterdam.

Hoe zag de Nederlandse samenleving eruit toen u hier aankwam?

‘Zo’n 40 jaar geleden was solidariteit belangrijk. Er was steun voor mensen die daar behoefte aan hadden. Aan de ene kant was er dus veel hulp. Aan de andere kant waren er weinig specifieke programma’s voor nieuwkomers. Onderwijs in eigen taal en cultuur werd bevorderd en emancipatie van vrouwen werd toen meer gestimuleerd. Het was de tijd van de tweede feministische golf in Nederland. Niet dat de witte feministische beweging inclusief was, maar er was een algehele alertheid voor de emancipatie van vrouwen in Nederland. En er was een brede zwarte-, migranten- en vluchtelingen- vrouwenbeweging (de zmv-beweging) die met elkaar verbonden was en belangrijke vraagstukken agendeerde. De voorbereiding op de verschillende internationale vrouwenconferenties, zoals die van Nairobi en Beijing, hadden bijvoorbeeld een grote impact op het bewustzijn van vrouwen en de internationale solidariteit.

Nu is het moeilijker om te integreren. Integratie wordt ten onrechte hoofdzakelijk als een individuele inspanning gezien, het is een soort dreiging geworden. De samenleving is nu complexer en individualistischer. Nieuwkomers hebben geen beeld over hoe de dingen hier geregeld zijn. Ze ontvangen een lening maar starten eigenlijk gelijk met een schuld. Integratie zou een wederkerig proces moeten zijn, maar dat hebben we losgelaten. Er zijn bijvoorbeeld maar weinig plekken waar nieuwkomers Nederlanders in gelijkwaardigheid kunnen ontmoeten.’

Integratie wordt ten onrechte hoofdzakelijk als een individuele inspanning gezien

Hoe kunnen gemeenten dergelijke ontmoetingen stimuleren?

‘Gemeenten hebben veel mogelijkheden en grote verantwoordelijkheden. Je integreert niet in Nederland, maar in de gemeente waar je woont. Daar leef je naast elkaar met je buren en wijkgenoten. Ik vind het belangrijk om vanuit het mensenrechtenperspectief te denken: je bewijst mensen niet alleen een gunst als je ze helpt te integreren, je bent sámen een samenleving aan het vormen. Wij denken in Nederland nog te veel vanuit dat hulpverleningsperspectief, het zogenaamde ‘taking care syndroom’. Je moet een structuur creëren waarin je samenwerkt, niet een structuur waarin de ene persoon in een positie zit waar hij altijd de hulp of gunst van een ander moet vragen. Nieuwkomers blijven geen nieuwkomers; ze gaan participeren, hebben ambities, worden uiteindelijk misschien wel je collega. Door mensen te betrekken en medeverantwoordelijk te maken voor hun keuzes, geef je ze mede-ownership. Niet: “ik doe dit voor jou”, maar: “wij hebben elkaar nodig, zonder jou kan ik het niet doen”. Wij zijn samen een gemeenschap.’

Wat betekent dat voor de houding van Nederlanders?

‘Voor de ontvangende samenleving kan integratie ingewikkeld zijn. Wij moeten ruimte gaan maken. Het feit dat Nederland een slavernij- en koloniale geschiedenis heeft, betekent dat Nederland ruimte heeft ingenomen en volkeren mede heeft gecreëerd. In het hier en nu moeten we een plek creëren vanuit verantwoordelijkheid naar alle burgers. Je kunt je als ontvangende samenleving niet permitteren te  zeggen: “Ik ga me niet aanpassen aan hen”. Ontmoetingen veranderen ons, het is een kwestie van uitwisselen.’

Nieuwkomers blijven geen nieuwkomers, op een dag worden ze misschien je collega

Wat zijn volgens u belangrijke aandachtspunten bij de integratie van nieuwkomers?

‘Migratie heeft te maken met vertrek en aankomst, being, belonging en beloving zijn daarin belangrijke elementen. Wanneer je als nieuwkomer ergens aankomt moet je je afvragen: hoeveel van mijn energie zit er nog in het land waar ik vandaan kwam, en hoeveel energie is er in het hier en nu? Het echt landen in een aankomstland is een belangrijk proces dat je niet kunt afdwingen en dat tijd nodig heeft. Elke nieuwkomer gaat dat proces op eigen wijze aan. Niet iedereen doorloopt het hele proces en dat heeft verstrekkende consequenties, ook voor de volgende generaties. Het is als een tros druiven: als je één ding aanpakt, zit er weer iets anders aan vast. Het is een proces van verlies en rouw en dat is niet niks. Als je dat verlies niet onder ogen ziet en neemt, blijf je in een spagaat hangen tussen die verschillende werelden. Als je ervoor kiest om hier te zijn, moet je ook vertrouwen hebben dat je hier kan en mag landen. Als nieuwkomer heb je uiteraard veel baat bij een samenleving die zegt dat je welkom bent en hier hoort.’

Hoe denkt u over de inzet van rolmodellen uit migrantengemeenschappen om de integratie te bevorderen?

‘Het is belangrijk dat je als gemeente ziet dat er binnen de gemeenschappen mensen zijn die eerder als nieuwkomer naar Nederland kwamen en zo een vergelijkbare ervaring hebben als de huidige nieuwkomers. Geef hen een positie, deze mensen zijn cultural mediators. Zoek naar structuren en naar mensen vanuit de gemeenschap die een rol kunnen spelen. Maar je moet wel iemand vanuit zijn of haar kwaliteiten inzetten en daadwerkelijk een taak geven. Daarmee erken je iemands opgebouwde ervaring en kwaliteiten. Vaak worden mensen uit dezelfde gemeenschap, die eerder naar Nederland gekomen zijn, gevraagd om even als vrijwilliger iets voor hun voormalige landgenoten te doen. Terwijl organisaties deze mensen ook in dienst kunnen nemen en daarmee de expertise ook zelf in huis halen. Zo voer je echt een beleid van diversiteit en inclusiviteit uit.’

Foto’s door: Joyce de Vries